Categorieën
Media

Under the skin

under_the_skin_xlg De collega’s hadden gepland om naar de laatste episode uit de X-Men saga te trekken vorige vrijdag, maar bleek dat de film niet werd vertoond. Op een drafje kozen we dan voor Under The Skin met Scarlett Johansson in de Sphinx. Waarschijnlijk is dit een van de meest bevreemdende films die ik in lange tijden heb gezien. De tagline luidt alvast veelbelovend:

A mysterious seductress preys upon the population of Scotland.

Scarlett speelt een soort alien die een menselijke vorm heeft aangenomen: ze is uitgestuurd in Schotland om daar mannen te verleiden naar het buitenaards ruimtetuig. Terwijl ze rondtoert in haar witte bestelwagen komt ze in contact met de Schotten in al hun facetten. Gaandeweg komt ze in een identiteitscrisis terecht: ze wil ook mens worden tussen de mensen.

Dit is niet de meest makkelijke film voor een losse vrijdagavond. De dialoog is beperkt tot het strikte minimum, de muziek en de beelden zorgen voor een zeer beklemmende sfeer. Verwacht alvast geen fantastisch hoog tempo in de verhaallijn: je moet af en toe je fantasie laten werken om de gaten in te vullen.

Je krijgt op een 2 uur tijd een heleboel indrukken van Schotland in al zijn rauwheid te zien door de ogen van een buitenaards wezen: van overweldigende natuurbeelden tot de mistroostige, grijze urbane verkavelingen. Van gewone mensen op restaurant, op straat, op de bus tot de chav’s die het hoofdpersonage ontmoet. Er zit bovendien heel wat verborgen camerawerk in: de mannen die Scarlett oppikt met haar anonieme bestelwagen zijn geen acteurs. Pas na opname werd ze verteld dat ze meespeelden in een film. Under The Skin en Brian Glazer zijn dan ook bijzonder schatplichtig aan het werk van Stanley Kubrick.

Dit is ook een heel andere film dan de blockbuster rollen die we van Johansson gewend zijn. De film wordt voor het grootste gedeelte ook gedragen door haar acteerprestatie. Zonder veel woorden weet ze afstand te creëeren tussen zichzelf en alle grote en kleine drama’s die zich rondom haar afspelen. We zien een heel andere kant van haar: ze haalt alles uit de kast om op een geloofwaardige wijze als alien in de huid van een mens te kruipen.

Een aanrader als je dezer dagen zin hebt in een andere film.

Categorieën
Lezen

Wij & Ik

wij-en-ik

Ik lees doorgaans angelsaksische auteurs zoals Terry Pratchett, David Mitchell en consoorten. Werk uit ons eigen taalgebied laat ik eerder links liggen. Het werk van de eigen Gevestigde Waarden spreekt mij ook niet zo aan. Da’s vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Enkele weken geleden liet ik mij verleiden om Wij & Ik van Saskia De Coster mee naar huis te brengen. Ik heb die beslissing niet betreurd. Wij en Ik volgt het wel en wee van de oer-Vlaamse familie Vandersanden die woont in een villa verkaveling tegen de laatste 30 jaar van de vorige eeuw. We volgen vader Stefaan, moeder Mieke en dochter Sarah doorheen woelige tijden. Niettegenstaande ze het verre van slecht hebben, zijn het drie tragische personages die zoekend door het leven waren, met elkaar en hun omgeving botsen, vinden en weer loslaten. Het is een familie die door de bagage uit haar – onuitgesproken – verleden uit elkaar lijkt te drijven, maar door nieuwe uitdagingen steeds terug lijkt samen te klitten.

Saskia De Coster’s vlotte, vertellende stijl in combinatie met een stevige snuif ironie en relativering zuigt je mee in het verhaal. Omdat elk hoofdstuk vanuit het standpunt van een ander personage wordt gebracht, gaat het nooit vervelen. (G.R.R. Martin bedient zich trouwens van dezelfde aanpak om Game of Thrones te verhalen) Doorheen het boek wordt de spanning opgebouwd door elk personage te laten evolueren met de rem op. Zal de hoogopgeleide huismoeder Mieke haar neurotische zelve van zich af kunnen schudden? Kruipt de onzekere Stefaan verder in zijn schulp of weet hij het tij te keren voor zichzelf en zijn gezin? De Coster plaatst het geheel tegen de bijzonder herkenbare achtergrond van de jaren ’80 en ’90 waarin mijn generatie is opgegroeid.

Een roman over het uit de Vlaamse klei getrokken familieleven is zeker geen vernieuwend uitgangspunt. Dat pad is reeds platgetreden door zovele anderen. Maar De Coster weet haar verhaal wel zeer leesbaar te brengen zonder dat het al te zware kost wordt.

Een aanrader voor wie nog ontspannende zomerlectuur zoekt.

Categorieën
Internet

’t Zot is de wereld niet uit

Dan heb je lichtjes batshit crazy mensen zoals de meneer uit het filmpje waar we allemaal wat meewarig naar kijken. En tegelijk moet je hem ook wel bewonderen: hij doet gewoon zijn zin, stoort niemand  en daar is hij best tevreden bij. Toevallig zijn die bezigheden wapens bouwen en betaalbare kernfusie uitdokteren om een aantal triljoenen industrieën bijzonder pissig mee te maken.

Waarom?

Well, just because.

Categorieën
Leven

Dispatches

Ah juist, hoe gaat dat met Ze Crib waar je even geleden over blogde?

Wel, het zat er al een tijd aan te komen: vorige week heb ik mijn handtekening gezet onder het makelaarscontract om mijn appartement te koop te zetten. Ik had het gekocht met het idee er toch op zijn minst een aantal jaartjes in te kunnen wonen. Maar eens te meer bleek het leven bijzonder onvoorspelbaar te zijn: ik trok vrij snel in bij mijn madame en haar dochter.  Alles wel beschouwd blijkt vandaag dat het op de lange duur niet echt houdbaar is om er aan vast te houden.

Naast de gemeenschappelijke kosten waarin ik thuis deel, kijk ik ook aan tegen een maandelijkse lening, de onkosten en zorgen die vastgoed met zich meebrengt. Verkopen doe ik dan ook in de hoop daar terug in rustiger vaarwater terecht te komen.

En hoe zit het met het lijf?

Na een MRI en twee bezoeken aan de orthopedische specialist blijkt dat een operatie er niet in zit. Er zit weliswaar een scheurtje in mijn pees, maar niks dat mij zou mogen verhinderen om aan sport te doen. Sinds februari heb ik niet meer geklommen en de pijn is langzaam aan het verdwijnen. Ik mag terug een rondje kine doen en mits cross training (zwemmen, fietsen en – ja – zelfs roeien) zou ik terug kunnen klimmen. Niet dat ik nu helemaal stil zit, maar ik wil mezelf nog wel een paar weken geven voor ik echt de weg terug naar de klimzaal  aanvat. Blijkt dat ook die onderneming nergens op uitdraait, is het terug richting orthopedist.

Minder fijn is dat ik mijn rechterknie tijdens het lopen heb overbelast. Momenteel zit ik aan de Gambaran, maar ik ben er toch ook weer niet helemaal gerust op. ’t Zal me benieuwen waar we daar nog gaan eindigen…

Categorieën
Mening

Regelitis

Het verbieden van taxi-app Über, de hele hetze rond  #grouwelsVerbiedt, over de registratieplicht voor couchsurfers en airbnb’ers tot, klap op de vuurpijl, het aangekondigde vertrek van Engagor naar de VS. De week was op zijn zachtst uitgedrukt interessant te noemen.

Wat is er aan de hand?

Dit is een verhaal met vele kanten. Maar in de grond is dit de eerste echte openlijke botsing tussen de zeer liberale Silicon Valley cultuur en ons lokaal bestuurskader.  Het zat er ook wel aan te komen. Onze kenniseconomie is zich in een rotvaart aan het ontwikkelen. In en rond grootsteden proberen heel wat ambitieuze, jonge, hippe ondernemers een eigen start up uit de grond te stampen. Het internet brengt die Twitter, Google, Facebook cultuur aan onze voordeur. Onder die invloed verwacht de privésector met dezelfde flexibiliteit hier aan ontwikkeling en innovatie te kunnen doen.

De gevestigde orde in ons land kent een lange traditie van samenwerking en van tegenstrijdige belangen. Die orde is een kluwen van politici, industriëlen, belangengroepen,… die met elkaar verweven zit in talloze orgaantjes, organisaties en bestuurlijke niveaus. Op zich is dat niks nieuws. Maar bestuur in ons land is geweldig complex en gebeurt bij de gratie van het compromis. De gevolgen zijn er dan ook naar: doorgaans staan we niet te springen om vernieuwing. Zeker niet wanneer die de eigen verworvenheden van een groep enigszins bedreigt.

In die context is de krampachtige reflex van onze politici enigszins verklaarbaar.

Legislation is a messy business.

Mijn professor historisch recht leerde mij dat recht een vervormde reflectie is van de realiteit. Per definitie loopt het recht door zijn formele karakter altijd wat achter op de actualiteit.  Dat hoeft geen probleem te vormen zolang de afstand niet al te groot wordt. Helaas is de balans vandaag de verkeerde kant door geschoten.

Onze wetgevers laten zich keer op keer voorbij steken door de technologische en economische revolutie.  Het toeristisch decreet dat nauwelijks drie jaar geleden werden opgesteld is vandaag voorbijgestreefd door het succes van couchsurfen en AirBnB.  Dat hoeft ook niet te verwonderen als je kijkt naar het ronduit idiote detaillisme waaruit het decreet bestaat. Je kan je afvragen of dit decreet wel met enige zin voor toekomstgericht denken werd opgesteld.

Veel heeft te maken met de complexiteit eigen aan ons bestuur. Niet alle wetgeving is een duidelijk succes. Vaak gaat het om verwaterde compromissen, die diverse belangengroepen tevreden moet houden. Deels is ze niet noodzakelijk opgesteld in functie van de burger, maar dient ze om het eigen bestaan te kunnen rechtvaardigen. En laten we ook niet vergeten dat onze politiek gedomineerd wordt door latente verkiezingskoorts. Men kiest liever voor de snelle score dan voor de structurele oplossing.

Niet verwonderlijk dat wetgeving veel te vaak uit een absurde, alternatieve realiteit lijkt te komen.

Regelneverij

“Mensen moeten niet betutteld worden. Wie van couchsurfen gebruik maakt weet dat er risico’s zijn.” Dit zeer liberale argument kreeg ik deze week te horen.  Of het nu gaat over politieke bijeenkomsten op scholen tijdens de sperperiode, of taxi-apps: je kan dit in elk debat tegen werpen.

Als het van sommige stemmen afhangt, kunnen we een pak winnen door met de rode pen door de stapels decreten te gaan. Ik geef hen geen ongelijk. De ervaring leert mij dat ondernemen een bijzonder harde stiel is en de overheid nog je meest te vrezen concurrent is. Niet alleen hippe start ups maar ook veel gewone zelfstandigen gaan gebukt onder pure regelneverij.

Ik ga echter niet mee in het idee dat we de deuren wagenwijd moeten open zetten. De gedachte dat markten zichzelf wel zullen en kunnen reguleren heeft de laatste jaren voldoende averij opgelopen om aan te tonen dat een zekere vorm van regulering wel degelijk nodig is. Ook alternatieve, digitale economieën kunnen zich aan die waarheid niet zonder meer onttrekken.

In het geval van Über, AirBnB en consoorten lijkt het me maar wat logisch dat men vanuit het gelijkheidsbeginsel aan een minimum set van regels hoort te houden. Ontvang je inkomsten? Dan hoor je daar belastingen op te betalen. Ontvang je gasten in je taxi of je huis? Dan hoor je toch minimaal aandacht te besteden voor veiligheid en basiscomfort. Het lijkt me maar normaal dat de wetgever die zaken afdwingt met de nodige zin voor realisme.

Boven de politiek

Folke’s verzuchting is dan ook begrijpbaar. De hakken in het zand zetten, verbieden, verhinderen, overdreven conformisme, favoritisme en allerlei spelletjes: daarmee is niemand gebaat. Uiteindelijk is het aan politici om zich boven de politiek te stellen, uit de ivoren toren te komen en met een open geest te kijken naar wat zich in de maatschappij beweegt.  Want met de uitdagingen die vandaag op tafel liggen hebben we die vorm van moed en dienstbaarheid méér dan nodig.

Categorieën
Tube

Boss

Kelsey Grammer heeft na zeven jaar eindelijk Frasier van zich kunnen afschudden. Het resultaat is Boss waarin hij in de huid kruipt van de machtsgeile, corrupte burgemeester van Chicago. De serie werd al na 2 seizoenen naar de prullenbak verwezen wegens tegenvallende kijkcijfers. Canvas durfde het aan om ze alsnog te programmeren. Gisteren werd de pilot uitgezonden. En dat smaakte naar meer.

Benieuwd hoe het verder afloopt.

Categorieën
Leven

Schouder

Alle verwoede pogingen van kinesist Bart ten spijt, bleef ik maar last hebben van een nukkige schouder. Af en toe zeurende pijn bij het opstaan. Het gevoel het samenspel der spieren niet soepel loopt. Op en af stoppen, weken rusten, opnieuw proberen klimmen, weer merken dat er iets niet pluis is.

Een tijdje terug mocht ik, na een bezoek bij de huisarts, langs de dienst radiologie lopen. Een echografie bracht geen goed nieuws. Ik sukkel nog altijd met ontstoken slijmbeurzen en daarboven zit er een scheur in de rotator cuff pezen. Een ontstekig kan je met veel rust en oefening wel wegwerken. Een scheur niet. Pezen genezen immers niet uit zichzelf.

Wat ik heb is een typische, gevreesde klimmersblessure. Zoiets krijg je door overbelasting. De ene is er gevoeliger voor de andere. Leeftijd, levensstijl,… het speelt allemaal mee. Ik denk dat ik mijn blessure bij mijn korte passage in Gent heb opgelopen en daarna nooit helemaal is geheeld. Bovendien ben ik van zekeringtoestel gewisseld. Vroeger gebruikte ik een grigri, tegenwoordig een reverso. Die laatste vraagt meer kracht bij het zekeren. Zo’n verval gebeurt sluipend. Ik voelde niet dat er iets ernstig mis was, dus ik bleef doorgaan.

Op het internet lees je dat heel wat klimmers zich moeten laten opereren en maanden revalideren om terug te kunnen klimmen.  De meesten keren terug. Maar je moet er wel wat voor over hebben. Momenteel ben ik, buiten af en toe wat zeurende pijn, niet gehandicapt in mijn dagdagelijks leven. Ik mag alleen geen zware lasten dragen. Denk meubels of pakken bloempotaarde. Het is dat ik niet weet wat de gevolgen op lange termijn zijn. En ik ga mezelf moeten afvragen of ik terug wil kunnen klimmen.

Over een paar weken mag ik op bezoek bij een schouderspecialist. Ik ben benieuwd wat die mij gaat vertellen.

Categorieën
Leven

Eindelijk rijbewijs

“Meneer, u rijdt gedurende 40 minuten waarbinnen u twee manoeuvres dient uit te voeren. Keren in een smalle straat en achteruit parkeren. U luistert verder naar mijn instructies. Mevrouw, voor u is het simpel: u zwijgt en maakt geen enkel teken. Hebt u nog vragen?”

“Ja. Is het hier naar links of rechts de parking uit?”

En  zo startte ik, ondertussen een week of twee eerder, aan mijn tweede examenpoging. Murw geslagen door de laatste dagen waarin ik op elk vrij moment intensief oefende. Ik had zelfs nog een laatste rijles genomen. En op de examendag had ik volledig vrijaf genomen. Zo weinig mogelijk aan het toeval over laten.

Nochtans, in de uurtjes voor het examen zag het er helemaal anders uit. Elke gefaalde poging om te parkeren, elke voetganger of fietser die ik miste, elke keer dat ik vergat de pinkers aan te zetten,… leek het even of ik een zenuwinzinking nabij was. “Ik ga dat niet kunnen” – “Gij gaat dat wel kunnen”. Rinse. Repeat.

Maar het examen zelf verliep quasi foutloos. Iedereen die ik voorrang verleende of liet oversteken zwaaide zelfs naar ons. Bonuspunten! Het parkeren en het keren deed ik op automatische piloot.  Waar het de eerste keer fout na fout was, betaalde alle oefening en frustratie van de voorbije maanden zichzelf terug.  Eenmaal terug op het examencentrum overhandigde de examinator mij breed lachend de papieren. Proficiat. Je slaagde zonet voor het praktijkexamen. Het zwarte beest is overwonnen. Eindelijk.

De papieren zijn ondertussen ingediend bij de gemeente. Normaal krijg ik volgende week mijn definitief elektronisch rijbewijs.

Categorieën
Leven

Mobiel

Hoe gaat het met dat rijbewijs? Wel, 4 maart is the date. Dan leg ik mijn praktisch rijexamen af. Nog een dikke maand te gaan dus. En ik zal het kunnen gebruiken.

Ondertussen is het ruim een half jaar geleden sinds ik de rijlessen heb genomen. Sindsdien mag ik alleen met de auto op pad. Die eerste maanden waren geen succes. Elke kans werd aangegrepen om het stuur niet te moeten vastnemen. Ik had geen zelfvertrouwen en ik stond doodsangsten uit. De eerste keer dat ik alleen die 6 kilometer tussen de klimzaal en thuis overbrugde ga ik niet snel vergeten

Ik heb doorgezet, met wat aanporring van het lief, en sindsdien is het zelfvertrouwen redelijk gegroeid. Ik heb al wat ritjes gemaakt naar Brussel en zo. Regelmatig boodschappen doen. De stad in voor een vergadering of een boodschap. Het gaat me allemaal vrij goed af. Ik heb leren rond mij te kijken, ver voor me te kijken, de spiegels te bezigen,… Ik heb vlot leren schakelen, het geluid van de motor te leren kennen en al die andere dingen. Ik stap tegenwoordig redelijk gezwind de auto in en ik ben zelfs blij om droog en vlot ergens in de wereld te kunnen geraken.

Het is natuurlijk maar een begin. Ik twijfel al eens bij sommige verkeerssituaties. En ik ga ook niet zeggen dat ik niet al eens panikeer of mij erger. Al was het maar dat er genoeg mensen de meest idiote of domme dingen uithalen. Verkeersveiligheid? Daar is hier nog een pak werk aan.

De grootste hindernis zijn mijn manoeuvres. Een V70 is geen kleine auto. Daar parkeer je niet zomaar mee. Als het lukt, dan parkeer ik vrij vlot, maar even goed loopt het volledig de mist in. Zomaar vlot een gaatje indraaien: dat is een échte uitdaging. Ik heb nog een maand om daar aan te werken. Er is zelfs nog een rijles gepland als generale repetitie.

Nog een paar weken serieus oefenen om dat begeerde roze papiertje binnen te halen.

Categorieën
Leven

Gedichtendag

Ik zag dit vandaag ergens passeren en ik werd eraan herinnerd dat het vandaag Gedichtendag is. Misschien is het dat we zelf te vaak te weinig stil staan om even na te denken over onze dagelijkse bezigheden.

Dust if you must.
But wouldn’t it be better,
To paint a picture, or write a letter,
Bake a cake, or plant a seed?
Ponder the difference between want and need.

Dust if you must.
But there is not much time
With rivers to swim and mountains to climb!
Music to hear, and books to read,
Friends to cherish and life to lead.

Dust if you must.
But the world’s out there
With the sun in your eyes,
the wind in your hair,
A flutter of snow, a shower of rain.
This day will not come round again.

Dust if you must.
But bear in mind,
Old age will come and it’s not kind.
And when you go, and go you must,
You, yourself, will make more dust.

Geschreven door Rose Miligan, Lancashire. Gepubliceerd in The Lady, 1998.